7 juni Möðradalur, Stuðlagil gljúfur, Stuðlafoss, Fosshotel Eastfjords in Fáskrúðsfjörður
8 juni 2026 - Fáskrúðsfjörður, IJsland
Het is gisteren zo zonnig geweest dat er weer muggen massaal op de wereld zijn gekomen. Miljoenen, of nee, miljarden… En dat zien we onderweg. Hele wolken en soms lijkt het wel of ze als geisers uit de grond spuiten. Pets, pets, pets, op de voorruit regent het muggen en het zicht wordt snel minder. Zwiepzwiep, kledderkledder, yûk! Als je uit de auto stapt wordt je massaal aangevallen, en je wordt gewoon bedolven onder die kleine rotzakjes. Heb je iets kleurrijks aan, dan zie je daar in een mum van tijd niets meer van, want alles wordt immers zwart. Gelukkig zijn ze alleen vervelend, en zoals al eerder gezegd: ze steken gelukkig niet.
De omgeving waar we vandaag doorheen rijden naar het oosten ziet er grillig uit. Bruinzwarte bergen afgewisseld met bruine vlaktes en nog dor gras, met soms een groen weiland. En door de nog aanwezige sneeuw zien we ook ‘gestreepte bergen’. Ook doorkruisen we weer enorme stukken niemandsland.
Onze eerste stop is in Möðradalur. Vanaf de doorgaande weg is het acht kilometer hobbelen met wasbordeffect na ‘malbik endar’. Ondanks het feit dat hier dus het asfalt ontbreekt, is de weg nog best aardig. In Möðradalur staat de hoogstgelegen boerderij op IJsland, 469 meter boven zeeniveau. Er is hier al een boerderij sinds de kolonisatie van IJsland, en in vroeger tijden was het een van IJslands belangrijkste boerderijen.
Ten noorden van de oorspronkelijke boerderij, in Fjallakaffi Möðrudalur, zijn een paar oude boerderijruïnes ontdekt. Deze zijn opgeknapt en nu beschermd, en zijn bedekt en omringd met grote dikke plaggen voor een uitstekende isolatie. Rondom deze boerderijen ligt een van de meest uitgestrekte landbouwgebieden van IJsland.
Möðrudalur wordt genoemd in saga’s, bijvoorbeeld in die van Grettir de Sterke (ca. 996 - ca. 1040). Grettir is een strijdlustige Viking die bijna twintig jaar lang vogelvrij is in IJsland. Hij verblijft op verschillende plaatsen in IJsland tijdens zijn ballingschap en brengt een zomer door op de Möðrudalsheiði en andere nabijgelegen plekken.
Wij kunnen vandaag nog niet via het binnenland verder rijden, die weg is helaas nog afgesloten.
Na een skyrtaartje en een oliebol (soort van)… rijden we verder naar Stuðlagil gljúfur. En het is Sjenie eindelijk gelukt om ook een stukje te ‘beasten’ (lees: The Beast besturen) 😊. De Stuðlagil gljúfur is omringd door basaltkolommen, torenhoge hexagonale basaltformaties. Deze liggen heeeeeeel lang onder water, maar door de bouw van de waterkrachtcentrale Kárahnjúkavirkjun vermindert de waterstroom in de gletsjerrivier Jökulsá á Dal, oftewel Jökla, extreem. Hierdoor komt een schitterende kloof tevoorschijn. Eentje waarvoor toeristen graag een ommetje maken, ook al is de weg ernaartoe (acht kilometer lang) niet verhard. Wat heet, een wasbord met grote kuilen en gaten. Maar Greet kan dat. Whoopwhoop!
De Jökla wordt gevoed door heel veel watervallen, waarvan een grote vlakbij de kloof: de Stuðlafoss. Ook de waterval is omringd door basaltpilaren. Voor het eerst zien we ook omgeploegd land; hele diepe voren in zware grond. Jazeker, een bezienswaardigheid! In deze omgeving lopen ook veel schapen met lammeren, ever so cute…
We besluiten dat we wel genoeg gelopen hebben en omdat we nog een aardige rit voor de boeg hebben, stappen we weer in The Beast. We rijden door zeer laag hangende bewolking en soms stromende regen (de voorruit is wel weer mugvrij!) naar de Oostfjorden. De bewolking hangt zo’n 180 meter boven de grond en wij rijden regelmatig boven de 200 meter, met heel beperkt zicht dus. Best link op de doorgaande weg, want de geiten en schapen staan niet allemaal achter een hek. Ze grazen langs de kant en kunnen zo oversteken. No worries, er is niks gebeurd.
Bij Egisstaðir worden we verrast door heel veel groen tussen de bergen. Het zijn nog steeds geen bomen, maar wel zien we kilometers lang groene struiken.
En dan komen we in de stromende regen aan bij Fosshotel Eastfjords in Fáskrúðsfjörður (tien keer snel achter elkaar uitspreken…). Wat een pittoreske locatie met zicht (als de mist optrekt) op het fjord vanuit de gezellige kamer.
Het hotel is gevestigd in vier gebouwen die dateren van 1898 tot 1907. Het gebouw uit 1903 is gebouwd als ziekenhuis voor Franse vissers. De zeer rijke visgronden lokten de Fransen hierheen. In 1939 is dit gebouw verplaatst en lange tijd gebruikt als appartementencomplex en school. In 2008 is besloten het op de oorspronkelijke locatie te herbouwen. Het hotel is in 2016 gerenoveerd.
Door sterke historische banden met de Fransen is dit een unieke nederzetting in de Oostfjorden van IJsland. Sporen van deze relatie zijn terug te vinden in straatnaamborden (zijn in het IJslands en in het Frans), gebouwen en tradities. Én niet te vergeten in het menu van het restaurant.
Voor vandaag is de koek helemaal op, alleen nog ff duimen voor beter weer…
