5 juni Botnsvatn, Dettifoss, Selfoss en Hverir

6 juni 2026 - Myvatn, IJsland

Na een lange dag ook een lange nacht lekker slapen. Dat voordeel heb je met twee uur tijdsverschil. We nuttigen een heerlijk ontbijt met onder andere pönnukökur(!) en rijden daarna eerst naar Botnsvatn; een onverwacht begin. Dit is een schitterend vogelmeer boven Húsavík van ongeveer één vierkante kilometer groot. Om er te komen, rijden we omhoog vanuit Húsavík, eerst over asfalt maar al snel, malbik endar; dus over een bochtig gravelpad mét rivierdoorsteek! 😊 The Beast heeft vandaag dus voor het eerst pootje gebaad (of zoiets). We zien onder andere allerhande eenden, ganzen, futen, een grutto en nog veel meer vogels waarvan we de naam niet weten.

De lupines zitten hierboven nog volop in de knop; het is hier duidelijk veel kouder dan beneden in het dorp. Nadat we de bult zijn afgehobbeld, rijden we via de Arctic Coast Route, die hier deels samenvalt met de Diamond Circle, richting Dettifoss.

Dit deel van IJsland is niet zo heel erg ruig en er is best veel landbouw en bos in wording. Het is hier uitgestrekt en kaal met zo hier en daar een boerderij.

Op de bergen in de verte zien we nog veel sneeuw en er zijn nog best wat wegen afgesloten. Daarom rijden we de westelijke weg naar Dettifoss. De route loopt door een buitenaards maanlandschap, althans, wij denken dat het er op de maan zo uitziet. Hier zien we ook een gevederde Dalmatiër, of nee, het is een ruiende IJslandse Sneeuwhoen; zwart met witte stippen… 😉

Als je niet van watervallen houdt: niet verder lezen en foto’s en video’s bekijken!

We wandelen, klimmen en klauteren naar Dettifoss, ook hier door een soort buitenaards maanlandschap. Al is men hier wel bezig met het aanleggen van een vlonder om het voor iedereen toegankelijk te maken. Minder mooi, maar wel sociaal… De waterval is 44 meter hoog en ruim 100 meter breed en is wat waterverplaatsing betreft de krachtigste waterval van Europa. In de buurt van Dettifoss liggen twee kleinere watervallen. Twee kilometer stroomafwaarts ligt de Hafragilsfoss, die wij vandaag skippen. Maar we lopen wel stroomopwaarts naar de schitterende Selfoss. Niet zulk bruut geweld als bij Dettifoss, maar met slechts 11 meter hoog en een stuk of tien naast elkaar liggende watervallen in een komvorm is dit watergeval juist een juweeltje. De watervallen liggen alle drie in de 206 km lange gletsjerrivier Jökulsá á Fjöllum, die vanaf de Vatnajökull komt. Het is IJslands op een na grootste rivier. Het modderige water perst zich met een volume van meer dan 200 ton per seconde door een ruim 100 meter hoge, 500 meter brede en 25 km lange kloof,  de Jökulsárgljúfur-canyon, richting Noordelijke IJszee. Het is maar dat je het weet…

Na al dit watergeweld tuffen we verder richting Mývatn. Een kronkelende weg met afwisselend vlaktes, maanlandschappen en rotsformaties als enorme, vaak gebarsten, koeienflatsen. En elektriciteitsmasten een paar maatjes kleiner dan bij ons. In de verte zien we ineens rookpluimen. We rijden zo naar Hverir, een geothermisch gebied bekend om zijn surrealistisch, buitenaardse landschap. Het ligt aan de voet van de berg Námafjall en is een van de meest actieve geothermische velden in het land. Hier borrelen modderpotten, sissen stoomopeningen, en je ziet felgekleurde mineraalafzettingen die variëren van diep rood en geel tot grijs en blauw. De grond is ontzettend heet en kwetsbaar.

De zwavelhoudende dampen die uit de fumarolen opstijgen, ontnemen je bijna de adem en meuren onbeschrijfelijk goor. Maar goed, je bent toerist en je wilt wat, dus je loopt gewoon door. Niet zeuren.

De grond onder je voeten is constant in beweging. Door de hoge temperaturen en de dampen is de grond volledig steriel en zuur waardoor het voor planten en dieren onmogelijk is om hier te (over)leven.

Het geothermisch gebied Hverir behoort tot het vulkanische systeem Krafla en ligt 410 meter boven zeeniveau. Het unieke landschap kleurt geel, blauw, groen, grijs en bruin en de aarde is op veel plaatsen gebarsten. De kleuren ontstaan door het hoge mineraalgehalte van silica, gips en zwavel.

Na deze kleur- en geurrijke ervaring vervolgen wij onze route richting ons hotel aan het Mývatn. Het regent inmiddels lekker en wij zijn blij dat we droog zitten in The Beast. Het hotel ligt direct aan de oever van het meer en als we uitstappen merken we gelijk waarom dit meer het ‘muggenmeer’ genoemd wordt. We worden onmiddellijk aangevallen door een enorme zwerm IJslandse muggen. Gelukkig steken ze niet, maar zoemen wel vervelend rond je hoofd. Het is werkelijk niet te beschrijven hoeveel van die rotzakjes hier rondvliegen. Álles, wérkelijk álles zit ónder de muggen. Nog nooit zoiets meegemaakt. De receptioniste legt ons uit dat ze alleen op het raam blijven zitten, simpelweg omdat ze naar het licht trekken. Je kúnt je raam wel open zetten hoor. No way! Ook geeft zij aan dat ze nut hebben en zeer belangrijk zijn voor alle vogels alhier. Nou vooruit dan maar.

Laat in de middag drinken we wat in de hotelbar. Sjenie neemt een lokale Mývatns IPA, die gefermenteerd wordt met in de grond gebakken IJslands roggebrood (Geysir bread). Heerlijk. In 2022 start brouwerij Mývatn Öl, eerst tegenover het hotel, maar brouwt inmiddels op een grotere locatie dichtbij. Omdat er in de wijde omtrek niets anders is en omdat we niet weer door die muggenrotzakjes belaagd willen worden, eten we vanavond in het hotel.

Om jullie lekker te maken: Greet heeft djúpsteiktur kjúklinhur gegeten en Sjenie hægrldad rifið lambakjöt úr héraði. Oftewel gefrituurde kip en pulled lamsvlees uit de buurt. Goed te douwûh!

Foto’s

1 Reactie

  1. Huub:
    6 juni 2026
    Weer een heerlijk reisrelaas met herkenbare namen 🧐 waanzinnige landschappen blijft mij nog altijd bij.

Jouw reactie